Hoe voegt u een variant toe en gebruikt u deze in een werkinstructie

Bijgewerkt

Een nieuwe variant aanmaken

  1. Navigeer naar een bestaande werkinstructiestap waar u een nieuwe variant aan wilt toevoegen.
  2. Klik op het tabblad “Varianten”.
  3. Klik op “Variant toevoegen”.
  4. Voer de naam van de variant in en selecteer de kleur.
  5. Klik op “Nieuwe variant koppelen”.

Een bestaande variant koppelen aan een werkinstructie

Als een variant al is aangemaakt in een andere werkinstructie, kunt u deze ook koppelen aan een andere werkinstructie. Het koppelen van een bestaande variant aan een werkinstructie kan op de volgende manier:

  1. Navigeer naar de werkinstructie waarmee u een bestaande variant wilt koppelen.
  2. Klik op het tabblad “Varianten”.
  3. Klik op “Variant toevoegen”.
  4. Klik op “Bestaande varianten selecteren”.
  5. Selecteer de gewenste variant.
  6. Klik op “Geselecteerde varianten koppelen”.

Een bestaande variant koppelen aan een werkinstructiestap

  1. Navigeer naar de werkinstructiestap die u wilt koppelen met een bestaande variant.
  2. Klik op het tabblad “Varianten”.
  3. Klik in het raster op het niveau van een instructiestap in het vak onder de naam van de variant. Deze stap wordt alleen weergegeven wanneer deze variant actief is tijdens het uitvoeren van de werkinstructie.
  4. Als u wilt dat een instructiestap wordt weergegeven ongeacht de variant, klik dan op “Altijd” in het raster voor een specifieke instructiestap.

docs koppelen van een bestaande variant 1