Hoe voegt u een variant toe en gebruikt u deze in een werkinstructie
Een nieuwe variant aanmaken
- Navigeer naar een bestaande stap in een werkinstructie waaraan u een nieuwe variant wilt toevoegen.
- Klik op het tabblad “Varianten”.
- Klik op “Variant toevoegen”.
- Voer de naam van de variant in en selecteer de kleur.
- Klik op “Koppel nieuwe variant”.
Een bestaande variant koppelen aan een werkinstructie
Als een variant al is aangemaakt in een andere werkinstructie, kunt u deze ook aan een andere werkinstructie koppelen. Het koppelen van een bestaande variant aan een werkinstructie doet u als volgt:
- Navigeer naar de werkinstructie die u aan een bestaande variant wilt koppelen.
- Klik op het tabblad “Varianten”.
- Klik op “Variant toevoegen”.
- Klik op “Selecteer bestaande varianten”.
- Selecteer de gewenste variant.
- Klik op “Koppel geselecteerde varianten”.
Een bestaande variant koppelen aan een stap van een werkinstructie
- Navigeer naar de stap van de werkinstructie die u aan een bestaande variant wilt koppelen.
- Klik op het tabblad “Varianten”.
- Klik in het raster op het niveau van een instructiestap in het vak onder de variantnaam. Deze stap wordt alleen weergegeven wanneer deze variant actief is tijdens het uitvoeren van de werkinstructie.
- Als u wilt dat een instructiestap ongeacht de variant wordt weergegeven, klik dan op “Altijd” in het raster voor die instructiestap.
Sluit u aan bij de digitale werkvloerrevolutie!
